Ouders
Oorzaken van faalangst binnen het gezin
Faalangst ontstaat in situaties waarin gedrag/prestaties beoordeeld worden. Dit kan optreden binnen school, in de buurt, bij vriendjes en vriendinnetjes, maar ook in het gezin. Belangrijker nog is hoe het kind de druk in deze situaties ervaart. Immers, de meeste kinderen ontwikkelen geen faalangst. De eerste levensjaren van een kind zijn basaal voor zijn verdere ontwikkeling. Veiligheid is daarbij de belangrijkste voorwaarde. De omgeving van het kind moet duidelijk, gestructureerd en veilig zijn. De ouders zijn daarvoor verantwoordelijk. Door verschillende factoren kan die veiligheid echter verstoord raken:
- Scheiding
- Overlijden van een ouder
- Problemen binnen het gezin
- Ruzies
'Doe je best'
Een kind weet nooit of het voldoende zijn best heeft gedaan. Bij een onvoldoende beoordeling zal het denken dat hij niet goed zijn best heeft gedaan terwijl de oorzaak ergens anders kan liggen. Voor het kind is het oncontroleerbaar of het genoeg zijn best heeft gedaan. Dat leidt tot onzekerheid.
'Doe me een plezier'
Het kind kan het gevoel krijgen om iedereen tevreden te moeten stellen en dat is een onmogelijke opdracht. Het kind zal geneigd zijn zichzelf te vergeten en alleen maar aan anderen te denken.
'Wees flink'
Deze opdracht betekent eigenlijk dat het kind zijn emoties niet mag tonen. Het mag niet huilen bij de tandarts of laten zien dat het pijn heeft. Dus een "flink" kind zal zijn emoties onderdrukken. Het denken wordt daardoor geblokkeerd en uiteindelijk zullen de spanningen allerlei lichamelijke reacties veroorzaken(buikpijn, hoofdpijn).
'Schiet op'
Kinderen horen vaak: "schiet toch eens op!" op momenten dat zij iets voor het eerst doen of ervaren of gewoon meer tijd nodig hebben om een ervaring te verwerken. Als kinderen steeds maar horen dat zij op moeten schieten, zullen zij uiteindelijk snel en oppervlakkig gaan werken. Het gevolg daarvan is dat zij veel fouten maken. Zij zullen elke keer bang zijn om iets niet op tijd af te krijgen.
'Wees perfect'
Wanneer opvoeders pas tevreden zijn wanneer hun kind geen enkele fout meer maakt of het kind steeds weer wijzen op dat ene foutje dat in de taak is blijven zitten, kan het een angst ontwikkelen om fouten te maken.
'Wees spontaan'
Spontaniteit komt vanuit jezelf. Wanneer een kind gedwongen wordt tot spontaniteit(doe toch eens gezellig mee!), is het niet spontaan meer. Kinderen die aan deze opdracht voldoen, gaan een rol spelen. Het is een opdracht waarbij het kind altijd zal falen.
Bovenstaande opdrachten zijn onuitvoerbaar. Kinderen die er toch aan willen voldoen, zullen een angst ontwikkelen, die de concentratie, kennis en vaardigheden blokkeren. We spreken van faalangst.
Hoe kunnen ouders faalangst voorkomen of verminderen?
Er zijn gezinnen, waarin veel negatieve kritiek op elkaar gegeven wordt. Complimenten worden niet of nauwelijks gegeven. Wanneer een kind daarmee opgroeit, kan het faalangst ontwikkelen. Erg belangrijk is een goede balans tussen negatieve en positieve kritiek(complimenten). Veel faalangstige kinderen komen uit een gezin waarbij ouders hun kinderen voortdurend (over)stimuleren en (over)activeren. Een kind met goede prestaties voor school, sport, muziek, enz. ontbreekt het niet aan positieve stimulans. Maar mislukken mag (en kan) gewoon niet. Dat legt een enorme druk op kinderen (wees perfect) en dat legt een flinke basis voor het ontwikkelen van faalangst. In dit kader is het van belang dat het kind weet dat het fouten mag maken en dat het net zo lief is wanneer het wat minder presteert. M.a.w.: stel reële eisen.
Uit vrees voor mislukking, zijn ouders nog wel eens geneigd om problemen voor hun kind op te lossen. Daarmee maken zij echter het kind afhankelijk en hulpeloos. Ouders dienen hun kind op te voeden tot zelfstandige individuen. Dat betekent dat zij steeds weer de vraag moeten stellen: Doe ik het voor mijn kind(hulp) of help ik hem het probleem zelf op te lossen(begeleiding)? Een goede balans tussen hulp en begeleiding is wezenlijk. Er moet in het gezin ook een goede balans zijn tussen geven en ontvangen. Een kind dat door de ouders wordt verwend, moet zoveel ontvangen en kan zo weinig geven dat de balans verstoord raakt. Het kind kan zelfvertrouwen en eigenwaarde verliezen. Een goede voedingsbodem voor faalangst. Maar ook kinderen die, bijvoorbeeld door ziekte van een van de ouders, veel moeten geven en weinig kunnen ontvangen, gaan zichzelf op den duur wegcijferen. Deze kinderen leren te weinig voor zichzelf op te komen en kunnen zo (sociale) faalangst ontwikkelen. Om te voorkomen dat faalangst een kans krijgt kun je als ouders:
- zorgen voor een veilig klimaat thuis ("faalangst en ouders" hfdst. 9)
- begeleiden bij huiswerk en studie ("faalangst en ouders" hfdst. 8)
- zorgen voor een goede communicatie in het gezin ("faalangst en ouders" hfdst. 10)
Toch nog faalangst
Als er toch faalangst ontstaat kun je het kind helpen door:
- te oefenen om anders te leren denken ("faalangst en ouders" hfdst. 11)
- te oefenen met lichamelijke spanning en ademhaling ("faalangst en ouders" hfdst. 12)
- goed overleg en samenwerking met de school("faalangst en ouders" hfdst. 13)
- Faalangsttraining (door een deskundige faalangsttrainer)
- Ik kan het! Ik kan het!", Drs. Hetty Wiltink
- "Faalangst en ouders", Ard Nieuwenbroek
- "Kinderen en faalangst", Nelleke Bokhove-van Wensveen