Theorie
Er zijn ons reeds vele deskundigen op het gebied van de theorie met betrekking tot faalangst voorgegaan. Omdat deze auteurs inhoudelijk weinig van elkaar verschillen, pretenderen wij niet met een nieuwe theorie te komen, maar verwijzen wij naar bestaande publicaties. Zie onze literatuurlijst. We volstaan daarom met de definitie van faalangst en de uitwerking daarvan en daarnaast een korte samenvatting van de theorie rondom faalangst.
Definitie:
Faalangst is een vorm van angst als toestand, die kan optreden bij te beoordelen (school) prestaties op cognitief, sociaal en/of motorisch gebied, waarbij de concentratie op een mogelijke mislukking de aanwezige kennis en vaardigheden blokkeert. (Nieuwenbroek/Ter Beek 1999).
Angst als toestand**
We maken onderscheid tussen 'angst als toestand' en 'angst als trek'. Faalangst wordt grotendeels bepaald door schoolse factoren waarbij persoonlijkheidsfactoren van het kind een kleine rol spelen. We spreken bij faalangst dan ook van angst als toestand. De angst treedt namelijk alleen op bij de beoordeling van (schoolse) taaksituaties.
**( Drs. Hetty Wiltink: Ik kan het! Ik kan het!)
Angst als trek
Kinderen met angst als trek hebben de angst bij geboorte meegekregen of van jongsaf ontwikkeld. Zowel binnen als buiten de school is deze angst vrijwel constant aanwezig. Er is dus geen "taak" voor nodig om zich angstig te voelen.
Te beoordelen prestaties
Faalangst treedt op in situaties waarbij prestaties op cognitief, motorisch en/of sociaal gebied beoordeeld worden of waarbij je denkt dat dat er een beoordeling plaatsvindt.
Drie vormen van faalangst:
- cognitieve faalangst is de angst om fouten te maken bij het leveren van een prestatie op leergebied waardoor de aanwezige kennis geblokkeerd raakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het maken van een proefwerk of een toets;
- sociale faalangst komt voort uit de angst om op sociaal gedrag afgewezen te worden of negatief beoordeeld te worden door groepen die belangrijk voor de persoon zijn. Ook spreekangst rekenen we onder de sociale faalangst. Durf ik iets te zeggen in of voor de klas, durf ik een spreekbeurt te houden en durf ik voor mezelf op te komen?
- motorische faalangst is de angst om fouten te maken bij het uitvoeren van lichamelijke handelingen, waardoor deze vaardigheid geblokkeerd raakt. Motorische faalangst kan zich bijvoorbeeld uiten in sportwedstrijden, maar ook bijvoorbeeld bij een te beoordelen handvaardigheidswerkstuk.
De aanwezige kennis en vaardigheden blokkeren
Bij faalangstige kinderen valt op dat zij de te leveren prestatie prima moeten aankunnen. Je beheerst hetgeen van je gevraagd wordt. De angst echter zorgt ervoor dat je tijdelijk deze kennis en vaardigheden niet meer paraat hebt. Je blokkeert. Bij de overhoring thuis wist je alles nog en tijdens het proefwerk kun je geen vraag meer beantwoorden.
Actieve en passieve faalangst
Er zijn kinderen die buitensporig veel tijd stoppen in bijvoorbeeld het leren van een toets. Deze kinderen zijn alleen maar aan het leren, hebben geen tijd meer voor leuke dingen, dagenlange stress in huis, slapen nauwelijks en kunnen geen hap eten door de keel krijgen. Maar ze halen regelmatig wel een goed cijfer! Vroeger noemde men dat positieve faalangst, maar er zit, op de beoordeling na, niets positiefs aan. Kinderen met passieve faalangst gaan die inspanning al niet eens aan. Ze "vergeten" dat ze een toets of een proefwerk hadden, worden ziek vlak voordat ze een spreekbeurt moeten houden. Ze komen er vaak niet eens aan toe om te beginnen met het leren van een toets. Het lijkt dan al gauw een motivatieprobleem, maar de oorzaak is faalangst.
Hoe ontstaat faalangst?
Bij faalangst kun je je afvragen in hoeverre er sprake is van erfelijkheid. Daar is nog weinig onderzoek over bekend. Wel is duidelijk dat faalangst door diverse factoren zich kan ontwikkelen. Oorzaken kunnen zijn:
- Kind voelt zich niet veilig (breuk, ruzie, verlies)
- Negatieve ervaring
- Te hoge verwachtingen t.a.v. de prestaties van het kind (school, sport)
- overstimuleren en activeren: Alleen het beste telt, niet-lukken is onmogelijk
- Overbeschermen: altijd naar school brengen, niet mogen klimmen, de hele wereld is gevaarlijk
- Overheersen van negatieve kritiek naar elkaar, weinig complimenten
- Nadruk op prestaties
- Nadruk op fouten
- Onduidelijk instructie door leerkracht
Hoe herken je faalangst?
Faalangstige kinderen herken je soms aan hun gedrag. Soms zijn ze teruggetrokken of vragen bij elk "wissewasje" naar bevestiging. Maar ook ander gedrag kun je tegenkomen: clownesk of zelf agressief. Faalangstige kinderen denken vaak negatief over zichzelf. Falen schrijven ze aan zichzelf toe, een succes komt volgens hen door geluk of een gemakkelijke taak.
Verder zijn er lichamelijke reacties waaraan je faalangst kunt herkennen: blozen, buik- en maagpijn, veel naar toilet moeten, zweten, versnelde ademhaling en hartslag.
Rol van de ouders bij faalangst
Ouders spelen een belangrijke rol in het ontstaan van faalangst bij kinderen. Daarmee zeggen wij echter niet dat zij de enige oorzaak zijn. Bij het ontstaan van faalangst gaat het meestal om de balans tussen "geven en ontvangen". Kinderen die veel moeten geven, omdat ouders veel van hen verwachten op allerlei gebied, raken in onbalans omdat zij te weinig leren om te nemen. Ouders geven vaak (on)bedoeld boodschappen mee (met name op gebied van prestatie) die voor kinderen niet waar te maken zijn.
Ook zijn er ouders die hun kinderen zo veel geven (en niet alleen cadeautjes) dat kinderen er niet meer aan toe komen om zelf iets te geven naar ouders. Daarmee ontstaat er een spanningsveld dat kan leiden tot faalangst. (onder de button "ouders" vindt u uitgebreidere informatie over ouders en faalangst).
Rol van de leerkracht bij faalangst
De school i.q. de leerkracht heeft een belangrijke taak in het signaleren en het omgaan met faalangstige kinderen. Allereerst is het van groot belang dat de leerkracht de signalen herkent van een leerling die worstelt met faalangst. De signalering kan ons inziens op verschillende manieren plaatshebben:
- De leerkracht herkent bepaalde (lichamelijke en/of gedrags-) reacties bij het kind
- De leerkracht kan werken met een signaleringslijst (meer hierover onder de button "signalering")
- De leerkracht kan gebruik maken van verschillende, genormeerde vragenlijsten. Voor het basisonderwijs vinden wij de Schoolvragenlijst erg geschikt (uitgeverij Harcourt).
Een intensieve aanpak
Kinderen die desondanks last blijven houden van hun faalangst, komen mogelijk in aanmerking voor een training. Een goede diagnose door een gediplomeerd trainer is daarvoor essentieel. In een training leert het kind om te gaan met zijn faalangst door allerlei oefeningen. Door middel van ontspanningstechnieken en een betere en bewuste ademhaling kunnen kinderen manieren leren om zich beter te ontspannen. In een training wordt een belangrijke plek ingeruimd voor rationele aanpak. Deze aanpak leert kinderen andere denkpatronen aan, waardoor zogenaamde "niet-helpende" gedachten worden omgezet naar "helpende" gedachten. In deze training is bovendien ruimte om kinderen te leren reflecteren op de balans tussen geven en nemen. Op diverse scholen voor voortgezet onderwijs zijn er trainingsgroepen in de school zelf, op de basisscholen zijn kinderen vaak nog aangewezen op externe faalangstreductiegroepen. In de literatuurlijst staan verschillende boeken met oefeningen om beter met faalangst te kunnen omgaan.